Veelgestelde Vragen
Waarvoor gebruikt de gemeente de WOZ-waarde?
De gemeente gebruikt de WOZ-waarde vooral voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB). Sommige gemeenten gebruiken de WOZ-waarde daarnaast ook voor rioolrechten, forensbelasting en bedrijveninvesteringszones (BIZ). De OZB wordt geheven van de eigenaren van woningen en niet-woningen en van de gebruikers van niet-woningen. Gebruikers van woningen krijgen geen aanslag OZB. Het bedrag van de aanslag OZB wordt berekend door een percentage van de van de WOZ-waarde te nemen. Het percentage kan per gemeente verschillen. Gemeenten gebruiken ook verschillende percentages voor eigenaren van woningen, voor eigenaren van niet-woningen en voor gebruikers van niet-woningen. De OZB wordt van alle onroerende zaken geheven, behoudens enkele vrijstellingen. Er zijn drie soorten vrijstellingen:
Vrijstellingen voor de Wet WOZ
De onroerende zaken die voor de Wet WOZ zijn vrijgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om openbare wegen, kerken en landbouwgrond. Voor deze zaken of delen van zaken wordt geen WOZ-waarde bepaald.
Verplichte vrijstelling voor de OZB
De waarde van kassen is vrijgesteld voor de OZB. Van de kassen wordt wel een waarde bepaald voor afnemers die geen vrijstelling voor kassen in hun belastingen hebben (het waterschap en de Rijksbelastingdienst). De waarde van woongedeelten van niet-woningen is vrijgesteld voor de aanslag OZB gebruikersbelasting niet-woningen.
Gemeentelijke vrijstellingen voor de OZB
De waarde van onroerende zaken die in de gemeentelijke belastingverordening wordt vrijgesteld. Die zaken worden getaxeerd voor de Wet WOZ.